Ik maak me ernstig zorgen om de sinaasappels. We zijn enige tijd in het zuiden van Europa en het is hier verschrikkelijk droog. In het huisje van de Nederlandse familie is het binnen koel. Zo fris zelfs dat we stapels hout verbranden in de kachel vanaf een uur of acht 's avonds. Dat is overigens nog een hele kunst op zich. Maar we zijn routiniers geworden in het aanmaken en aanhouden van de houtkachels in de verschillende huizen waar we tijdelijk ons bivak opslaan.

Langs de weg gooit de man des huizes rucktsichlos het stuur om als hij dennenappels vermoedt aan de kant; een manoevre die op de bergweggetjes mij iedere keer het hart in de keel laat kloppen. Ik prijs hem echter uitbundig voor zijn opmerkzaamheid en met plastic zakjes van de hypermercados vol met dennengoed gaan we weer verder op pad.

Maar buiten schijnt de zon al enige maanden ongewoon fel voor de tijd van het jaar en valt er nauwelijks een drupje regen. De bladeren in de sinaasappelboomgaard hangen er lusteloos bij. Alle takken zakken door vanwege de enorme hoeveelheid sinaasappels die eraan hangt. Of we ze vooral wilden plukken. Die vraag kwam van een mismoedig geworden klusjesman die ons de sleutel overhandigde van het derde huis dat wij betrokken. Het is hier in zestig jaar niet zo droog geweest , vertelde hij in gebrekkig Duits, en dat was nicht gut voor het land, de oogst en de dieren. De sinaasappels waren er veel te vroeg en veel te veel en, -zo ontdekten wij later-, veel te droog. De vrucht hangt los in de schil en om twee glazen te persen hebben we dertien sinaasappelen nodig.

Als we op het terras de boomgaard in kijken, wordt het ons een beetje zwaar te moede. We proberen ons te verplaatsen in al die Nederlandse eigenaren van tweede huisjes in het warme zuiden. Aan het begin van onze reis door het land zagen we ze als pioniers. Weliswaar geen arme mede-landers (alhoewel we ook op oude hippies stuitten die voor een habbekrats dertig jaar geleden een bouwval in een dorpje op de kop tikten), maar wel van het soort met twee rechterhanden en een fantasie over het leven op een oude verbouwde hosta.

En zo'n droom begrijp je. Ik fantaseer dagelijks over een opgeknapte boerenschuur bij Exmorra of Pingjum als tweede uitvalsbasis. Maar als ik hier zie welk een zorg zo'n bezit is, krijgen heel andere gevoelens de overhand. De boomgaard die ik rondom gesitueerd had is inmiddels gesneuveld in mijn plan. Maar ook mijn geloof in zelfgezaaide bonen en het bordes van duizendschonen lijkt me niet meer een haalbare kaart. Ik zou er nachten van wakker liggen.

Ondertussen is de man des huizes de strijd met de sinaasappels aangegaan. Te meten aan de hoeveelheid schillen heeft hij er inmiddels zo'n kleine honderd opzitten. Flessen vol gaan mee naar de laatste hut die we aan doen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen die dingen te laten rotten en hij houdt van mij. Tja, en dat heet dan vakantie.

Lidwien Feld

Pin It