Ik heb ze, net als u, in mijn kennissenkring. Vrienden zijn het niet, maar ook ik heb niet kunnen ontsnappen aan de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’. De mensen die denken je blij te kunnen maken met hun afdankertjes. “Ja, ik heb hier een boek over wielrennen uit de jaren 90, ik lees het zelf niet hoor, maar ik dacht… dat is echt iets voor jou…” Of, “ja, die trui, ik draag hem niet meer, maar jou zal hij beeldig staan” Stralend overhandigen ze me daarna een trui die ik zelfs in de wansmakelijke jaren 90 nooit gedragen zou hebben. Laat staan nu.

Misbruik maken ze van mij en mijn beleefdheid. Eigenlijk moet ik het niet aannemen, ‘pleur het in je eigen container’ zou ik moeten roepen, maar dat kan ik niet. De brutaliteit van de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ overvalt me elke keer opnieuw.Ze hebben het enorm met zichzelf getroffen, de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’. Zelfs hun afval is goud voor de medemens. Denken ze. Voelen ze. Maken ze zichzelf wijs. En ik vraag me af: hoe gaat dat precies bij dat soort mensen?

Stelt u zich voor: ze mesten de boekenkast uit waarin al jaren de ECI-clubboeken staan te verstoffen. U weet wel, die boeken die je voor straf in de maag gesplitst kreeg als je een kwartaal lang niets bij de ECI besteld had. Meestal in een genre en van zo’n inferieur niveau dat ze zelfs bij ‘de Slegte’ tot de winkeldochters hoorden. Ze hadden goedbeschouwd al in de verpakking bij het oud papier moeten belanden. De ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ hebben ze ook nooit gelezen. Hooguit een keertje doorgebladerd. Maar de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ zijn geen weg-gooiers. Dus belandden die boeken toch jaren geleden op een plankje in een kast.

Nu, jaren later, hoor je de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ bijna denken: “hmmm, laat eens zien… Papierfiligraan voor beginnende moeders… och, dat is echt iets voor Marijke (want die heeft wel eens een kraanvogeltje gevouwen), hee, een kookboek uit 1975, wat leuk voor Henk (die al tientallen jaren prima voor zichzelf en anderen kookt), och, wat aardig, een boek over mode uit de jaren 80, daar kan ik vast Annebeth blij mee maken (Annebeth is een 15-jarig pubermeisje…)”

Wat maakt toch dat de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ zichzelf zo superieur achten dat wij, het plebs, onszelf zouden willen wentelen in hun rotzooi? Wij, de beperkten van goede Smaak, mogen onszelf gelukkig prijzen dat er in ieder geval 1 ‘gulle gever van afgedankte meuk’ zich met ons wil ophouden om ons af en toe de kruimels van zijn hoogstaande levenswijze te gunnen. We mogen ons laven aan de bron waaruit soms de drek van hun bestaan opborrelt, om ons er vervolgens extatisch in te mogen wentelen. Wij, de simpelen van geest, mogen wel dankbaar zijn dat we ons mogen verlustigen aan de resten van hun existentie.

En er lijkt geen oplossing. Want stel dat ik de door hen aan mij gegunde schatten terug zou geven, of voor hun ogen in de afvalemmer zou kiepen, of, wat kan het schelen, nog in hun aanwezigheid met benzine zou overgieten en in de brand zou steken, dan zou dat de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ alleen maar bevestigen in het beeld dat ik een inferieur soort wereldburger ben. Het zwijn dat de parels niet op juiste waarde weet te schatten. Met als gevolg dat ik bij een volgende grote schoonmaak nog onbruikbaarder rommel toegestopt krijg. “Ja, jij houdt denk ik erg van Frans Duits…

Tot ik me besef dat de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ al die producten ooit kochten omdat ze zich daartoe aangetrokken voelde. Ooit draaiden de ‘gulle gevers van afgedankte meuk’ platen van de Zangeres Zonder Naam, lazen boeken als ‘Liefde in Peelland’ en hadden aan de muur een reproductie hangen van Salvador Dali. En dat bijzettafeltje van Ikea? Ja, die ook!

Dus de volgende keer, als mijn favoriete ‘gulle gever van afgedankte meuk’ weer langs komt, sluit ik mijn ogen en zie haar voor mijn geestesoog (Bassie van Adriaan zou zeggen: aan de binnenkant van mijn ogen), in dat pretentieuze interieur van trespa en Ikea-spaanplaat dat ze mij over 10 jaar zal gunnen. “Zo leuk voor de studentenkamer van je zoon”, zal ze zeggen.

Pin It