Login

Gebruikersnaam
Password *
Onthou mij

Artikelen

Noord

NoordGroot feest! De Alkmaarse wijk Huiswaard bestaat 40 jaar. Er is een boek, er is een lied, er is een kleurwedstrijd, mijlpalen moet je vieren. Met de bouw van Huiswaard begon de grote 'uitleg van noord'. Alkmaar was net als Purmerend, Hoorn en Almere officieel bestempeld tot 'overloopgebied' van Amsterdam. Dus trokken nieuwe frisse bewoners nieuwe frisse wijken binnen waar ze in nieuwe frisse huizen een nieuw en fris leven hoopten op te bouwen. Joost Zwagerman situeerde er een mooie roman, de Buitenvrouw. Een beetje treurig maar toch ook vrolijk makend verhaal. Want wat een heerlijk idee dat je niet half weet wat er gebeurt achter al die keurige deuren. 'Sex in de vinexwijk' is misschien geen 'Sex in the city', maar daarom niet minder leuk.

Enfin. Onder burgemeester Roel de Wit, oud wethouder van Amsterdam, later Commissaris van de Koningin in Noord Holland transformeerde Alkmaar begin jaren zeventig dus binnen luttele jaren van ingeslapen provinciestad tot levendige slaapstad. Werken in het stedelijke Amsterdam combineren met ruim wonen in het provinciale groen, dat wat het idee. En dat iedereen daar gelukkig van zou worden. Of dat is gelukt? Huiswaard, zo zeggen de bewoners, is een prettige wijk om te wonen. Net als de andere wijken in Alkmaar noord. Prachtig groen ook. Er zou alleen wat meer te doen moeten zijn. Niet gek dus dat het huidige college een deel van de 'Zomer op het plein' activiteiten heeft verplaatst van het Canadaplein naar 'Noord'. Hoewel het wel een onsje meer had mogen zijn. Het gevaar van het door hogerhand splitsen van stedelijke evenementen is dat er versnippering optreedt. Eén keer 'iets' wordt al snel twee keer 'niets'. Als de levendigheid in Alkmaar Noord je echt wat waard is, schuif je het stadsdeel niet alleen wat kruimels toe, maar gooi je er echt wat geld tegen aan. Er wonen in Alkmaar Noord meer mensen dan in de hele stad Meppel.

Zelf heb ik altijd geroepen dat ik nooit in 'Noord' zou willen wonen. Niet 'stads' genoeg voor de stad, niet 'dorps' genoeg voor een dorp. Tot ik op een dag bij de Kotterstraat in een prachtig 'stads-dorp' belandde, het 'kruip door sluip door wijkje' met de 'Houtskeletwoningen van Bonnema. Hoe kan het, zo vroeg ik mij verbaasd af, dat dezelfde architect die een lelijk gebouw als het stadskantoor neerzet, dit prachtige houten kasteel heeft bedacht. Mocht ik ooit nog eens gaan verhuizen binnen Alkmaar, dan is het dus naar Alkmaar noord. De huizen stammen uit 1977. Als ik een beetje opschiet ben ik net op tijd voor het 40 jarig jubileum feest. Ik teken vast in op het boek.

 

Doorrekenen graag!

De Alkmaarse politiek draait op volle toeren. Er is haast. Politici willen altijd sneller dan de werkelijkheid verdragen kan. Daadkracht noemen ze dat. Gezonde ambitie. Er moeten knopen worden doorgehakt. Zaken op de rit gezet. Spijkers met koppen geslagen. Maar is al die spoed ook werkelijk goed?

De laatste tijd wordt in Alkmaar vooral veel tijd gestoken in het terugdraaien van besluiten. Nieuwe schouwburg? Eerst wel, anderhalf jaar en drie miljoen verder toch maar niet. Een mooi nieuw plan voor Overstad? Breed draagvlak! Dat was wat de hele gemeenteraad wilde. Tien jaar en miljoenen voorbereidingskosten verder: Laat maar zitten. Kanaalkade eenrichtingsverkeer? Grote meerderheid van de gemeenteraad stemde vol overtuiging voor, maar de laatste stratenmakers zijn nog niet vertrokken of wethouder Kloos, door wie het eenrichtingsverkeer acht jaar geleden nota bene is bedacht, blijkt inmiddels van mening veranderd: We gaan de hele boel gewoon weer terugdraaien. Geraamde kosten? Miljoenen.

Toegegeven, iedere dag wat anders is natuurlijk een ultiem voorbeeld van ‘snel schakelen’, maar wat worden we als stad beter van dit flip flop gedrag? De Alkmaarse politiek lijkt een mallemolen van meninkjes geworden. Een permanent ronddraaiende belangen carrousel. Dat die meninkjes onderbouwd moeten worden, belangen zichtbaar gemaakt, lijkt niemand te deren. Levert investeren in meer parkeergarages en asfalt nu wel of geen bijdrage aan de Alkmaarse economie?

En als we het hebben over de Alkmaarse economie, hebben we het dan alleen over de middenstand of zijn er misschien nog een paar andere factoren en belanghebbenden te benoemen? Is het huidige frame van de Alkmaarse politiek dat sport wel bijdraagt aan het welzijn van de mensen in de stad maar cultuur daarentegen veel minder, ook met enig cijfer te onderbouwen? Ik heb er zo mijn eigen gedachten over, maar zeker weten doe ook ik het niet.

In Den Haag worden alle plannen van kabinet en politieke partijen tegenwoordig doorgerekend door het Centraal Plan Bureau. Hebben voorgestelde maatregelen daadwerkelijk het effect dat er mee wordt beoogd? Gemeenten, Alkmaar voorop, zouden ook zo’n onafhankelijk Centraal Plan Bureau moeten hebben. Een onafhankelijke instantie die vooraf in kaart brengt wat de effecten van voorgenomen besluiten zijn. Wie en wat er bij bepaalde besluiten op vooruit gaan en wie voor deze winst de rekening betaalt. ‘Dat kost tijd’, zullen onze jachtige politici zeggen. ‘Wat we nu nodig hebben is daadkracht.’ Maar een kind van tien weet: vijf minuten nadenken vooraf, scheelt soms uren ellende achteraf. En in het geval van Alkmaar: miljoenen gemeenschapsgeld.

Gert-Jan Leerink

Fusie

Laten we de fiets eens pakken, want Alkmaar is op overname pad. Nadat eerst de gemeente Graft de Rijp succesvol het hof is gemaakt, is nu de gemeente Schermer aan de beurt. Wat maakt deze twee gemeenten zo bijzonder dat de gemeenteraad van Alkmaar deze gemeenten zo graag wil inlijven? Tijd voor een inspectietochtje.

Via de Omval rijden we de stad uit, langs het statige Schermer gemeentehuis de Wittenburg richting Stompetoren. Vandaar uit verder de polder in, Driehuizen, Graft, de De Rijp. We fietsen door prachtig landelijk gebied. Het is dat Hielke en Sietse in Friesland wonen, anders hadden we zeker gespeurd naar de Kameleon. Onderweg kijken met onze stadse ogen verlekkerd naar nostalgische ‘polderhuisjes’. In ons hoofd zijn we al aan het rekenen. Hoeveel zou zo’n huisje kosten? En hoe lang is het vanaf hier rijden naar de bewoonde wereld?

Als we in de dorpen die we tegenkomen even verder kijken zien we dat het voorzieningenniveau dik in orde is. Scholen, een bibliotheek, sportvoorzieningen, een gezondheidscentrum, je komt hier als bewoner niets tekort. Een prestatie van formaat, zeker als je bedenkt dat het hier gaat om gemeenten van zo'n 6000 inwoners. Het verklaart wel waarom men hier op zoek is naar breder financieel draagvlak. En dat er vervolgens gekozen wordt voor de hoogste bieder. Ja, de gemeenten Graft de Rijp en Schermer we snappen ze wel.

Maar de vraag die ons op de terugweg door het hoofd speelt is: What's in it for Alkmaar, behalve prestige en een ietsje pietsje hogere maandvergoeding voor college en raad? Wat gaat de ongetwijfeld toegezegde instandhouding van alle voorzieningen in ons nieuwe buitengebied de stad de komende jaren eigenlijk kosten? Niet dat we onze ‘buiten buren’ niks gunnen, maar wat heeft het stedelijke Alkmaar nu eigenlijk te winnen bij een fusie met deze twee typische plattelandsgemeenten? Ligt qua aard en type gemeente een andere fusie niet veel meer voor de hand? Een fusie met een gemeente waarmee we feitelijk al een groot aantal voorzieningen delen?

Want laten we eerlijk wezen. Als we bij De Omval niet rechtsaf maar linksaf waren geslagen, fietsten we binnen vijf minuten in de Heerhugowaardse stad van de zon. Met de komst van deze nieuwe woonwijk en het park van Luna zijn Alkmaar en Heerhugowaard feitelijk al lang één stedelijk gebied geworden. Stedelijk gebied dat er aanmerkelijk beter uit zou kunnen zien als het in samenhang zou worden ontwikkeld. En waar we met elkaar beduidend goedkoper uit zijn als we gaan ‘ontdubbelen’, voorzieningen gaan delen en op elkaar afstemmen.

Zo is het dus, bedenken we als we bij de Alkmaarse Poort een biertje bestellen. Als Alkmaar dan toch zo graag wil fuseren ligt linksaf slaan richting Heerhugowaard als meest logische optie voor de hand. Maar de politiek fietst willens en wetens rechtsaf een gebied in waar we, als we heel eerlijk zijn, als grote stad niks te zoeken hebben. Soms heet het verschil tussen logica en werkelijkheid helaas politiek.

Gert-Jan Leerink

Koepel

Op een regenachtige zondagmiddag werd ik eens meegenomen naar de muziekkoepel in stadspark de Hout. Het park en de koepel lagen er verlaten bij. Via een kruipdoor/sluipdoor gangetje belandde we op de plek waar op mooie zomerdagen muziekanten hun kunsten vertonen. Door het sluiten van de luiken bleek er 'binnen' een prachtige hoge afgesloten ruimte ontstaan: het schildersatelier van Thomas Boogaard.

Ooit redde Thomas de koepel van vernielzucht en achterstallig onderhoud door haar te kraken en beetje bij beetje op te knappen. Hij zette er schildersspullen neer, een tafel een stoel, een petroleumkacheltje en ging aan het werk. 's Zomers werden zo nu en dan de luiken opengegooid en klonk er net als vroeger muziek in de Alkmaarder Hout. 'Willen jullie wijn?' vroeg Thomas, waarna hij een verhaal afstak over het bijzondere licht dat 's morgens vroeg door de bomen schijnt en die keer dat hij laat op de avond raar volk het park uit had moeten jagen. In de jaren daarna werd de muziekkoepel gerestaureerd, en het aantal optredens in de koepel wegens groot succes fors uitgebreid. Iedereen blij behalve Thomas. Die werd het allemaal wat te druk in het park en ging op zoek naar een nieuwe onontgonnen plek.

Aan dit alles moet ik denken als ik bij het opschonen van mijn computer een opzetje voor een roman tegenkom waar ik, geïnspireerd door het park, de koepel, het atelier van Thomas, ooit aan begon. Het is het verhaal van Nathan die op de eerste avond in een gekraakte muziekkoepel besluit modelschilder te worden. Dat wil zeggen, modelschilder met woorden. Nathan gaat als een bezetene aan het werk. Eens per week neemt er een model plaats op een bij de kringloopwinkel aangeschafte divan. Wanneer het model zich heeft ontkleed neemt modelschrijver Nathan plaats achter een verrijdbare tafeltje waarop een ouderwetse typemachine. Vanaf de eerste aanslag draait hij geconcentreerd om het model heen, tikkend als een bezetene. Wat verlegen met de stiltes die tijdens de schrijfsessies in de koepel neerdalen begint Nathan, als ware hij geen modelschrijver maar kapper, tijdens het schrijven vragen aan zijn model te stellen. Het duurt niet lang of Nathan verweeft de weerslag van deze gesprekjes in het geschreven portret. Na een jaar bundelt Nathan 15 van zijn portretten in een boekje, dat mede dankzij een lyrische bespreking in de Viva in slaat als een bom. Echt spraakmakend wordt de 'Geeft zich bloot' serie als deze een plek krijgt op de achterpagina van Vrij Nederland. Politici, schrijvers, muzikanten, Nathan weet ze stuk voor stuk zo gek te krijgen naar Alkmaar af te reizen om zich in de intieme omgeving van de muzieknis letterlijk bloot te geven.

Misschien moet ik dat boek toch eens afmaken. Of zelf modelschrijver worden. Eens informeren of de koepel nog vrij is...

Gert-Jan Leerink

Uitverkoop

Pak de gids Nederlandse Gemeenten er eens bij. Dan zie je dat Alkmaar de qua lasten de goedkoopste grote gemeente van Nederland is, en dat daar een bovengemiddeld goed en betaalbaar voorzieningenniveau tegenover staat. Van zwembad tot ijsbaan, van schouwburg tot filmhuis, het is er en er wordt grif gebruikt van gemaakt.

Niets meer aan doen, zou je zeggen. Afblijven. Net als van onze gemeentelijke vuilnismannen die er tegen de laagste afvalstoffenheffing van Nederland voor zorgen dat de stad er knap bij ligt. Maar daar denkt ons ondernemers college anders over. Daar waait een liberale wind. Heerst het heilig geloof dat ‘minder gemeente’ de stad vooruit helpt.  Inmiddels is fanatiek gestart met de uitverkoop van publieke voorzieningen. ‘Filmhuis? In de commerciële bioscoop draaien toch ook al films? Dicht dat ding. De op kosten van de Alkmaarders bij elkaar gespaarde schouwburg? Die  kan mooi worden verpatst aan commerciële partij. Wie weet kan een evenementenbureau er nog een paar centen aan verdienen.’

Daar waar onze stad de privatiserings- en verzelfstandiginggolf uit de jaren negentig met succes en positief resultaat heeft weten af  te slaan, en net nu iedereen in Nederland er achter is gekomen dat het op grote schaal verpatsen van publieke diensten in verreweg de meeste gevallen heeft geleidt tot een schraler aanbod tegen een hogere prijs in combinatie met een bedroevend lage service, gooit dit college onze publieke voorzieningen in de vrije verkoop.  

Wie wil weten waar dit toe kan leiden moet op internet eens een rondje maken langs de in de jaren tachtig geprivatiseerde zwembaden in het land.  Kijk eens hoeveel je er nog kunt vinden en wat er in dat geval met de prijs van de toegangskaartjes is gebeurd. Of kijk eens naar de gemeentelijke vuilnisophaaldiensten die in de jaren tachtig massaal zijn opgegaan in grote commerciële afvalreuzen.

Kijk eens hoe het er in die gemeenten nu soms uitziet op straat en wat er desalniettemin aan –fors hogere- afvalstoffenheffing wordt betaald. En kijk eens naar bijvoorbeeld de schouwburg in Almelo, die verkocht is aan Van der Valk. Leg het commerciële ‘middle of the road’ aanbod van deze schouwburg eens naast dat van onze Vest, waar ze naast dit aanbod –wat er natuurlijk ook moet zijn- nog zoveel meer te bieden hebben. Dan laat ik de voorgenomen sluiting van Provadja nog maar even buiten beschouwing. Heel Nederland  weet inmiddels: het liberale motto dat de markt alles beter en goedkoper kan is een sprookje. Nou ja, heel Nederland, op één stad na.

Gert-Jan Leerink

Contact

  • De Telefooncentrale
    Koelmalaan 350 2.4 1812 PS Alkmaar
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • 072-844 98 48